Home Boot Bemanning Project Fotoalbum Logboek Kortom Contact Links Franšais English

 

 

Logboek 1: naar de Middellandse Zee , 2007.

 

 

Vertrekken ...

 

Nieuwpoort, 07.07.2007

.

Aan onze steiger, VVW Nieuwpoort

Een laatste blik ...

Los...

De haven uit ...

Op de IJzer, naar de Veurnesluis - deel van het Ganzenpootcomplex - , onze eerste sluis ...

We komen er aan ...

 

 

... naar de Middellandse Zee:

een tocht door Frankrijk langs de kanalen, de Saône en de Rhône.

 

Klik hier voor de kaart van deze tocht.

Klik hier voor het overzicht van deze tocht, met gegevens over de sluizen, de havens en stopplaatsen.

 

 

NIEUWPOORT: naar de VEURNESLUIS

1ste sluis

Bye-bye

 

07.07.07 We hebben het er niet voor gedaan maar onze vertrekdatum zullen we niet vergeten. Eigenlijk wilden we een dag vroeger weg maar het weer dwarsboomde onze plannen: erg veel wind en regen. Niet leuk. Om 07H15 gooien we los. Aan de Veurnesluis staan vrienden ons uit te wuiven: Gaston, en zijn vrouw, vanwie we een grondige briefing kregen over de tocht tot St-Dizier, Danny en Michel, Liesbeth en Leo, Eric en Sylvia, en Bernard: allen hadden of hebben zij hun boot op ponton K! Hun sympatieke aanwezigheid doet warm aan!

 

Weg uit NIEUWPOORT

WULPEN BRUG

 

Tussen WULPEN en VEURNE

...

Eric en Sylvia fietsen daarna mee tot in Veurne waar ook Liesbeth en Leo ons opwachten wuivend met de twee vergeten matjes die wij als bescherming voor het teakdek willen gebruiken.

Dan volgt een laatste afscheid als wij de Nieuwpoortsluis - na de administratieve controle -, uitvaren op weg naar de bruggen van Ghyvelde en Zuydcoote.

On the way to VEURNEt ...

VEURNE, the Nieuwpoort locks ...

 

 

Frankrijk ... van Duinkerke naar Vitry-le-François

 

   

 

De (kleine) écluse de Furnes doet haar reputatie alle eer aan: het wordt voorzichtig laveren tussen de drijvende rommel. Het is even opletten!

Het canal de Bourbourg leidt ons door de industriezones achter Duinkerke: het is mooi weer maar er staat een stevige bries pal in de neus! Na de sluis van Watten zijn we op de Canal Grand Gabarit (CGG) met binnenschepen tot 3000 ton.

Watten wordt onze eerste stop. In de kleine, erg leuke en rustige arm van de Halte fluviale liggen al een vijftal boten: wij maken vast aan een Engelse zeilboot die hier op zijn eigenaars wacht; aan zijn wat vermoeide uitrusting te zien heeft hij een lange (zuiderse) reis achter zich.

 

 

   

 

08.07.07 Het CGG is op zondag vrij rustig en dit komt ons goed uit. Er wachten ons enkele grote sluizen. Maar een vriendelijk Frans koppel met grote woonboot op weg naar Parijs "pour le feu d'artifice du 14 juillet, et puis les vacances" wenkt: wij mogen langszij in de moeilijke écluse de Flandres - er is ook een grootbinnenschip voor ons dat niet vastmaakt maar zich handhaaft met draaiende schroeven tegen het kolkende water!

Veilig vast aan onze péniche de luxe genieten wij van dit voor ons verrassende schouwspel. Het wordt echt ontspannend als we verder langszij gesleept mee mogen naar de toch wel indrukwekkende écluse des Fontinettes - architecturaal ook al bijzonder - met een verval van 13,13 m.

ECLUSE FONTINETTE

 

Het CGG gaat afwisselend door oud industriegebied, braakliggende gronden maar ook door bebost natuurgebied, en erg bedrijvige fabrieksterreinen.

 

   

Onze stopplaats wordt Aire-sur-la-Lys. Een zijarm leidt naar een silo en een mouterij, een hellend vlak met een drijvend ponton en enkele bolders. Als wij aankomen lijkt alles vol: het is zondag en er zijn een viertal "dagjesboten". Wij leggen vast aan een bootje waarvan wij ons 's avonds afvragen of het morgen nog drijft ... Maar die nacht liggen wij daar helemaal alleen.

09.07.07 Om precies zes uur worden wij wakker: gelijktijdig begint de mouterij te leven. Vrachtwagens rijden af en aan. Benieuwd zijn we of we meer verkeer krijgen op het kanaal.Wij willen naar Courcelles: er is daar een haventje waar wij kunnen douchen en dat niet onaangenaam ligt op de gesaneerde - of is het nog niet zover, horen we later - terreinen van een "cimetière de bateaux", net achter de terreinen van het zwaar besproken (vroegere) Metal Europe!

 

 

   

Langs het CGG wordt vanuit Béthune een nieuwe spoorweglijn aangelegd. Dit vrij charmeloos kanaal met zijn prozaïsche benaming - Canal Grand Gabarit - wisselt nochthans constant in vrij onverwachte identiteiten: canal de la Haute Colme, la rivière Aa, le canal de Neuffossé, le canal d'Aire, canal de la Deûle, dérivation de la Scarpe, en morgen varen wij op de Schelde - l 'Escaut. De halte is een aangename verrassing: erg netjes, de "dienstdoende" havenmeester is een koppel, eigenaars van een van de weinige (wat grotere) motorboten, die in deze taak bijna hun levensdoel hebben gevonden.

 

 

 

The Canal Grand Gabarit. On the way to Courcelles

      Coucrcelles  

 

Op 14 juli komt er een groot feest, de vijf meter hoge stalen, door de "havenmeester" (prachtig) gebouwde, vuurtoren wordt ingehuldigd, de herinrichtig van de "haven" gevierd!

Het is voor ons "zeezeilers" een nieuwe wereld waarvan wij de eenvoudige charmes nu al menen te kunnen ontwaren - de talrijke ervaringen op de Nederlandse "plassen" , wij willen echt niet oneerbiedig zijn, van IJsselmeer tot Zeeland ( het Veerse Meer, de Grevelingen, de Oosterschelde ... ) hebben ons nooit écht geboeid.

Kleine dorpjes au bord du canal, wuivende vissers, verbaasde kinderen, na-kijkende mensen, hand-opstekende joggers. Kaat is een van haar talrijke "vogelboeken" vergeten: het is dus raden wanneer wij steeds nieuwe "jagers" hun prooien zien opwachten, achtervolgen, vangen ... 's Avonds krijgen wij enkele zeer stevige regenbuien. Luc-Marc komt ons uit Lille een bezoek brengen. We maken gebruik van zijn wagen om diesel te halen in ... Douai!

 

 

 

10.07.07 Onze drie laatste sluizen op de CGG: wij moeten telkens mee met de Gentse (?) spits die ons voorgaat. Gelukkig zijn er drijvende bolders: ze zijn echter te ver uit elkaar zodat wij ook moeten gebruik maken van de ladder om vast te maken. Kaat noemt deze drie sluizen (écluses de Douai, Courchelettes, Goeulzin) "moddersluizen" vanwege de slijklaag die bolders en ladders bedekt; maar, het kanaalwater is wel geschikt als "spoelwater"!

Na de dreigende hemel is de zon er en de tocht verloopt aangenaam langs kleine dorpjes, moerassen, en oude turfputten. Etrun-Bouchain: wij verlaten de canal de la Sensée en varen de Schelde op (l'Escaut canalisée).De Halte nautique is summier uitgerust: een lang ponton. Verder niets. Hier liggen wij echt rustig en ...alleen! In de kleine werf wat verderop liggen heel wat bootjes, waarschijnlijk op het weekeinde te wachten.

Benieuwd of het zo rustig blijft!

 

11.07.07 Wij zijn vroeg op weg. In de sluis van Goeulzin hebben wij een afstandsbediening meegekregen die ons moet toelaten de sluizen op de Escaut canalisée te bedienen. Er zijn vijf sluizen om Cambrai te bereiken, waar we inkopen willen doen voor het naderende 14 juli weekend. Vóór Saint-Quentin is dit het enige centrum met voldoende voorzieningen. In de sluizen gaat het als volgt: bij het naderen van de sluis - op een 75m - drukken wij op de toets "MONTANT" van de kleine boîtier - wij gaan immers "opwaarts", cfr. ook de aanduidingen op onze pilotkaart -, de sluiscyclus komt dan op gang: groen-rood, de deuren gaan open, groen, wij varen in de sluis en leggen vast aan de ladder met een korte lijn op onze middenklamp, Kaat komt met een achterlijn midscheeps en neemt de korte lijn over, Eric klimt langs de ladder op de muur mét de achterlijn én de voorlijn, de achterlijn gaat langs een bolder terug naar het achterschip terwijl de voorlijn langs de trapbevestiging boven op de muur midscheeps wordt vastgehouden ( onze boot is te kort om op een voorbolder te leggen! ): nu mag de lijn op de middenklamp gelost worden, en nog, steeds op de muur, gaat Eric de hendel bedienen op de stuurboordmuur (omwille van onze schroefneiging kiezen wij de bakboordmuur) en komt terug aan boord terwijl de deuren dicht gaan; Kaat bewaakt nu de achterlijn en Eric de voorlijn, want het water komt kolkend binnen, de boot stijgt tot bijna aan de rand van de muur - het water loopt nu zelfs over de achterste sluisdeur -, de deuren gaan open, wij gooien los en varen uit de sluis. Zo herhaalt het manoeuvre zich in een landschap dat nu wel leuker is: bossen, moerassen en weilanden wisselen af, het relief wordt ook glooiender.

 

   

In Cambrai vinden wij alle winkels die wij zoeken en in een prachtig kaaswinkeltje, La Cave aux Fromages, met schitterende streekkazen kunnen wij onze voorraad aanvullen!

Bij een koffie op een terras op de Markt evalueren wij de voorbije dagen! In de haven van Monsieur Gérard, de havenmeester, is het vanavond rustig: enkele Engelse semi-woonboten, een prachtige woonboot die als stageplaats dienst doet voor enkele Duitse architectuur studenten, twee Gentse motorjachtjes en wij ... het is niet aanschuiven bij de douches en er blijft een stopkontakt vrij in de gamele elektriciteitskast.

Maar ja, het zomerweer is niet van de partij: tot driemaal toe werd de boot grondig en overvloedig gespoeld met frisse regen...

 

 

12.07.07 Vanuit Cambrai verder langs de canal de St-Quentin. Zeventien sluizen, die wij op twee na zelf bedienen. Aan de sluis van Crèvecoeur is er opnieuw controle: fotokopie van ons VNF-document; we vernemen ook dat er toch nog twee passages zijn bij de tunnel de Riqueval. Wij zullen trachten op tijd aan de gare d'eau van Macquincourt aan te komen om de toueur van 17H30 te halen. De regen maakt de tocht nu toch wat minder aangenaam. Het lukt ons en om 17H35 wordt het konvooi van twee woonboten, twee motorboten en wij als laatsten - de kleinste boot - door de toueur, een soort elektrisch aangedreven sleper, door de 5670 meter lange tunnel getrokken.

 

Sluis op het CANAL DE ST QUENTINLUIS

SOUTERRAIN DE RIQUEVAL

Als laatste in de sleep getrokken door de TOUEUR

De tunnel werd door Napoleon gebouwd: de werken begonnen in 1802 en werden in 1810 voltooid. Aan de maximum snelheid van 3,5 km/h heeft het konvooi bijna twee uur nodig om het station van Riqueval te bereiken. De boten zijn verbonden met lange lijnen (min.30 m.om zwieren te vermijden. De tunnel is slechts een kleine 6 m breed en matig verlicht. De twee woonboten hebben het lastig en herhaaldelijk schuren zij tegen het houten wrijfhout. De passage is indrukwekkend, soms even wat onrustwekkend als je de wanden bekijkt ... maar koel is het er zeker! Als wij de tunnel uitvaren moeten de lijnen snel ingehaald worden want alle motoren draaien ...

 

   

Het gaat nu verder naar de zes kilometer verder gelegen souterrain de Lesdins - 1098 m lang- waar wij wel op motor moeten doorvaren.

Als wij om 20H30 aan de Gare d'eau toekomen zijn wij echt moe: 17 sluizen en twee tunnels, genoeg voor vandaag. Wij leggen vast 0,5 km vóór de écluse de Lesdins, onder een druilerige regen!

 

13.07.07 Verder naar St-Quentin. Er staan ons vijf sluizen te wachten: onze afstandsbediening hebben wij aan de laatste sluis vóór de tunnel afgegeven want nu worden de sluizen bediend na activering bij het doorvaren van les détecteurs radar die op 500 m voor elke sluis op de wal staan en die wij traag voorbij varen om zeker "gezien" te worden.

 

   

Om 10H30 varen wij de Port fluvial van St-Quentin binnen en leggen vast naast een Nederlandse motorboot die wacht tot na het weekend van le 14 juillet ("chômé") om door de tunnels te gaan.

Wij bezoeken in de namiddag het oude centrum van de stad met haar prachtig stadhuis en haar basiliek die in de steigers staat, en de Place de l'Hôtel de Ville die omgetoverd is in een tropisch zandstrand met vele spelende kinderen!

Een tentoonstelling trekt onze aandacht; eigenlijk is het een soort voorlichting voor de inwoners: de wirwar van onderaardse gangen die de stad op 6 à 8 m diep doorkruisen dreigen op verschillende plaatsen in te storten of verzakkingen te veroorzaken. Deze gangen, gegraven door de eeuwen heen vanaf de 8e eeuw tot na de tweede wereldoorlog, zijn niet in kaart gebracht en dikwijls "onbekend". Verzakkingen in 2006 hebben de urgentie van het probleem aan het licht gebracht. Iedereen wordt dus gemobiliseerd om de strijd aan te binden: sensibilisering, meldingen, boringen, opmetingen, inspuitingen met vloeibare specie of kunststof, zand, herstellingen, conserveringswerken van deze galerijen die dikwijls toch ook een patrimonium waarde kunnen hebben.

Port de St-Quentin

 

14.07.07 Vandaag Fête nationale: de sluizen werken niet. Wij blijven dus liggen. Tijd voor onze website, maar internetverbindingen breng je hier niet makkelijk tot stand. Les points internet zijn - zelfs in Cambrai en St-Quentin vrij onbekend - , en het is ons nog niet gelukt een (goede) wifi-verbinding tot stand te brengen! Dus: even geduld oefenen.

 

15.07.07 Van St-Quentin naar Chauny is het maar 38 km maar op de Canal de St-Quentin liggen 12 sluizen. Vermits wij nog steeds avalant zijn kunnen wij vanop de boot vast maken - het water staat soms tot op een tiental centimeter van de muur. Na Tergnier is het drukker: de canal latéral à l'Oise leidt verder naar Parijs en staat in verbinding met de canal du Nord, dat wij vermeden hebben door langs het Canal de Sensée en het Canal de St-Quentin te gaan. In Abbécourt, drie kilometer verderop, zullen wij deze drukke ader verlaten voor het canal de l'Oise à l'Aisne. Het is nu erg warm en dus niet verwonderlijk dat Meteo-France voor vannacht en morgen reeds zware onweders aankondigt.

 

   

 

16.07.07 Omwille van het erg onweerachtige weer verkiezen wij in Chauny te blijven; de stad heeft niet erg veel te bieden en op maandag zijn ongeveer alle winkels dicht, zelfs het Office du Tourisme laat het vandaag afweten!

De halte is vrij goed uitgerust met alle voorzieningen maar niet erg leuk gelegen, omwille van de zelfs beperkte industrie aan de overzijde van het kanaal. Het "haventje" telt weinig boten en passanten zijn er evenmin talrijk. Maar de vriendelijke havenmeester(es) verzekert mij dat de club het hele jaar door erg actief is en sterk deelachtig is aan het plaatselijke gebeuren ( reuzenfeesten, Fête de Rabelais edgl.).

Port-relais de Chauny

 

17.07.07 In Abbécourt verlaten wij de canal latéral à l'Oise: de sluis van Abbécourt geeft toegang tot het mooie canal de l'Oise à l'Aisne. Acht sluizen door een landschap zoals men zich tochten au fil de l'eau kan voorstellen: de rijke, steeds afwisselende variaties in groen, kleine dorpjes, heel verzorgde bloemenrijke sluiswachterhuisjes, vogels die voor onze boeg wegvluchten, een hert dat het kanaaltje oversteekt ... Wij zijn montant en bedienen opnieuw de sluizen met een télécommande.

 

   

In Pargny wacht ons een leuke halte: ponton, elektriciteit en water, en ... wij zijn alleen!

's Avonds komt de bewoonster van een woonboot wat verderop de 7 euro liggeld innen; wij krijgen een ontvangstbewijs voor het door de gemeente voorziene comfort.

Het is mooi weer en dus is zo'n halte echt meegenomen!

   

Pargny

Pargny-sur-un nuage

 

18.07.07 De tunnel de Brauy-en-Laonnois, 2365 m lang, gaan wij door achter een spits - zo voelen wij ons extra beschermd tegen een slordige tegenligger die het rode sein aan de andere kant van de tunnel zou hebben genegeerd! Bij het buitenvaren lichten wij even met ons sterk zoeklicht om onze aanwezigheid achter te spits nog extra aan te geven.

 

   

Vier sluizen avalant leiden ons naar Bourg-et-Comin waar wij het drukkere canal latéral à l'Aisne naar Berry-au-Bac nemen. Daar begint het canal de l'Aisne à la Marne naar Condé-sur-Marne: negen niet gemakkelijke sluizen. Wij bedienen de eerste - want het gaat om twee ensembles d'écluses groupées - door een kwarttoer te draaien aan een rubberen staak - la perche - die over het kanaal hangt; aangezien onze boot laag op het water is, wordt ons uitvaren uit de sluizen niet altijd goed geregistreerd door het electromagnetisch oog en gaat de volgende sluis niet automatisch open: tot tweemaal toe moeten wij de controlepost oproepen en de assistentie vragen van de steeds vriendelijke mobiele sluiswachters met de kleine witte VNF-auto's.

Moe leggen wij vast na de laatste sluis, om 18 uur. De halte van Courcy, 10 km vóór Reims, is aangenaam, schaduwrijk en voorzien van een leuke draaipomp. Wij spoelen nog even de stootwillen en kijken bij het avondeten naar de twee laatste spitsen die voorbijvaren.

   

 

 

   

19.07.07 Wij zijn vroeg op weg naar Reims. De eerste regendruppels vallen en wij trekken onze zeilpakken aan: het weerbericht geeft onweer voor deze namiddag en wij willen dan in Reims liggen. De Relais nautique is erg lawaaierig ingeklemd tussen drukke wegen. De infrastructuur zou erg volledig zijn en een warme douche vinden wij nu wel leuk na de toch eerder lauwe wasbeurten met onze "sun-shower".

Het kanaal is hier erg smal en wij melden geregeld onze positie op kan. 10 "plaisancier montant au km 17 La Neuvillette", net voor het begin van de industriezone van Reims. De staalfabriek van Arcelor neemt de linker oever in over verschillende kilometers: grote rollen staalplaat wachten op vervoer en wij wuiven de arbeiders toe, die ons meestal glimlachend nakijken.

Reims: de "haven" doet zijn "reputatie" gestand maar wij liggen wel vlakbij het centrum en de kathedraal. Hopelijk vinden wij hier een point internet!.

   

 

20.07.07 Gisteren hebben we dan een goed uitgerust internetcenter gevonden - le Clique-Croque, echt niet ver van de kathedraal gelegen. De Wifi -verbinding was echter te beperkt om onze website bij te werken, wat wel lukte via de LAN-verbinding.

 

   

Als wij hiermee klaar waren was het tijd voor een bezoek aan de beroemde kathedraal. Aangezien het al laat op de dag was hadden de meeste toeristen de bezoeken geruild voor hun hotel en konden wij dit indrukwekkende bouwwerk in al haar majesteit bewonderen: de prachtige rosas waar het zonlicht met de kleuren speelde, de zeer mooie glasramen van Chagall in het hoogkoor, de eindeloos-lange opwaartse beweging in de zuilen voortgezet in de bogen van de gewelven. Tegenover deze architectonische pracht en grootsheid die ondanks vreselijke verwoestende kwellingen de eeuwen heeft getrotseerd, , voelden wij onze nietigheid als het ware fysisch aan in deze hoogplaats van het Franse koningdom... ecce homo. Maar de zachte tonen van een cantique op de achtergrond, de afwezigheid van menselijke koortsachtigheid, het schaarse invallende licht langs hooghartige stenen, gaven ook aan ons, niet-gelovigen, een gevoel van rust en beslotenheid. Buiten speelde de ondergaande zon haar schaduwspel door de open gewelven; zo ontstond in de tuin achter het Palais de Tau in het centrum van deze drukke historische stad - even - een oase van rust ... tot achter ons de GSM van een jonge vrouw de zeepbel van vrede plots deed uiteenspatten ...

   

 

Terug naar de haven. Diesel halen met de jerrycan.

 

's Nachts buldert het onweer en als het morgen wordt, is het nog niet volledig uitgeraasd; tot de middag laat het noodweer een sliert van plenzende regen over ons neer.

 

   

Als de zon dan doorbreekt beslissen wij naar Sillery te varen, 10 km verderop. De drie sluizen opwaarts van Reims zijn niet eenvoudig: er ontbreken bolders en de detectoren hebben het weer moeilijk met onze lage boot. Wij gebruiken dan maar de sluisladder voor de achter- én de voorlandvast; dit geeft, met daarbij een korte lijn over onze middenklamp, een bevredigend resultaat.

De relais van Sillery is mooi en rustig gelegen op de stuurboordoever; de pontons en catways zijn uiterst ruim bemeten en de manoeuvres zijn dus heel gemakkelijk ondanks de sterk opgekomen zijwind. Rustig: als je aandachtig luistert hoor net in de verte de snelweg. Maar wat een verademing in vergelijking met onze ligplaats in Reims!

   

Relais de Sillery

updating the website

Top

 

Uit het dagboek van Kaat...

Vogels.

De hele reis, vanaf het begin, hebben we heel veel vogels gezien. Eerst nog "gewone" meeuwen, dan enkel nog kleine zwartkopmeeuwen, aalscholvers (tot in de Champagne), zelfs sternen!! (bij Pargny, daar is een soort "plan d'eau"); zwanen: we hebben verschillende families ontmoet met op een bepaald moment een vaderzwaan die dreigend op ons af kwam gezwommen, z'n vleugels "opgeblazen" en de hals en kop ver achteruit, om hard te kunnen uithalen ; eenden, zéér veel eenden van alle vormen en kleuren; waterkiekens en natuurlijk sierlijke blauwe reigers, telkens opvliegend, een eindje verder terug neerstrijkend...Ook de erg vlaamse "suskewiet" van talloze vinken volgt ons al de hele reis; tjif-tjafs, kwikstaarten, een ijsvogeltje en in de "tunnel de Brauy" (2,4km) werden we bijna de hele doorvaart vergezeld van een klein vogeltje met een lange, naar beneden gekromde bek. Honderden zwaluwen scheren de hele dag luid kwetterend rond de boot. Ook futen die bij onze komst snel onderduiken hebben we heel veel gezien. Gisteren cirkelde een grote roofvogel boven de velden, maar helaas, ik ben m'n "vogelboek" in Nieuwpoort vergeten.

 

 

   

21.07.07 Condé-sur-Marne: van Sillery tot deze halte, met eenvoudige voorzieningen maar niet mooi gelegen naast indrukwekkende silo's, hebben wij twaalf sluizen "genomen".

Tussen de vier écluses montantes en de acht avalantes zijn wij door de 2302 m lange souterrain de Mont-de- Billy gevaren. Pleziervaartuigen krijgen maar één voor één toegang tot de tunnel.

   

souterrain de Mont-de- Billy

Condé-sur-Marne

 

 

22.07.07 Elf sluizen, wij zijn dan steeds "montant". Het landschap is nu vrij eentonig groen, dicht begroeid; heel wat wandelaars, joggers en fietsers die de keurig aangelegde en verharde chemin de hâlage - de trekweg - volgen wuiven ons toe, les pêcheurs du dimanche kijken verontrust als wij naderen maar knikken vriendelijk als wij wat uitwijken voor hun lange vislijnen. Wij varen meestal tussen twee hagen en dan duikt plots een grote silo met bolders aan de aanlegplaats voor de spitsen op.

Plots een heel mooi beeld: de cathédrale St-Etienne van Châlons-en Champagne boven de bocht van het kanaal bij het binnenvaren van deze Préfecture-stad. Maar wij moeten verder: wij willen ons in Vitry-le-François klaar maken voor de wat "eenzame" tocht naar Pontailler-sur-Saône. In Vitry moeten wij ons melden voor het Canal de la Marne à la Saône, bij de subdivision de Saint-Dizier: een 224 km lange tocht met 114 sluizen en een souterrain 4820 m; voor sommige delen zullen wij begeleiding krijgen van een VNF-éclusier.

 

   

Het haventje van Vitry-le-François ligt half vol, maar wij blijven aan de één-boot-aanlegplaats net buiten liggen: binnen is er normaliter 1,60 m maar wij horen dat er binnen behoorlijk wat slib is en dat je bij 1m al dreigt vast te lopen: wij nemen het risico liever niet! Het is zondag en dus (!) is het havengebouwtje dicht, inclusief de sanitaire voorzieningen!

23.07.07 Regen in het tweede deel van de nacht. Grijs. Onweer voor vannamiddag: wij blijven hier liggen. Wij moeten het nog uitzoeken hoe wij water gaan tanken en ons op de elektriciteit aansluiten: onze nochtans lange kabel (70 m) en slangen (50 m) zijn nog te kort. Misschien kunnen wij ons aansluiten op een Amerikaanse boot die net in de toegang naar de haven ligt.

Vitry-le-François oogt in de rand waar wij liggen niet echt leuk: veel HLM-zones met namen als le Désert laten hun bewoners niet veel illusies over hun toekomst. Meer nog dan rond sommige grote steden vindt je zoals hier cités waar de sociale onrust de enige uitlaatklep is, de enig mogelijke activiteit!

 

Vanmogen kunnen wij gebruik maken van de zeer goede, pas vernieuwde voorzieningen. Uiterst vriendelijke en erg professionele "havenmeesteres". Zij zal ons voor morgen melden bij het kanaalbeheer. Dit zou meer garanties bieden, aangezien de melding vanuit deze intergemeentelijke haven uitgaat. Wij gaan opzoek naar de nabijgelegen Intermarché en vannamiddag, opnieuw onder de plenzende regen, naar het aangewezen internetcafé. Een Nederlandse zeilboot die van de Middellandse zee komt en net zoals wij achter een Amerikaanse boot ligt, is een erg wilde Rhône en Saône stroomopwaarts opgevaren: het vele water t.g.v. de overvloedige regenval zal ook onze navigatie misschien niet eenvoudig maken. Later vernemen wij dat hun boot acht jaar in Turkije en Griekenland heeft gelegen waar ze dan twee maand per jaar naartoe gingen; nu gaat de boot terug.

 

In het Internetcafé - de uitbaatster is een uiterst vriendelijke allochtone vrouw - kunnen wij ons logboek updaten maar het fotoalbum wil maar niet op de site! Ook met verzenden van de emails hebben wij (nog) problemen. Het centrum van Vitry- le François komt uiterst verzorgd over maar wij hebben weer pech: het is maandag en bijna alle winkels zijn dicht. De Collégiale geeft de stad een wat majestueus karakter, de pleinen met fonteinen en veel bloemen zijn charmant maar erg verlaten: maandag, ook? De stad werd in opdracht van François Ier ontworpen door een Italiaanse architect. Deze gaf de stad "uit het niets" een dambord-structuur: de geometrische lijnen versterken het "keurige" uitzicht!

 

's Avonds opnieuw regen! Wij hebben ook nog een aangename babbel met de Amerikanen die sinds 8 jaar Europa doorkruisen met hun boot, zes maand per jaar op het oude continent, zes maand op Hawaï waar zij wonen!

 

Canal de la Marne à la Saône: van Vitry-le-François naar Heuilley / Pontailler s. Saône

 

   

24.07.07 Het regent nog steeds flink door als wij door de eerste sluis gaan van de canal de la Marne à la Saône - geen gemakkelijke - en het water stroomt zelfs over de muur als wij de sluis verlaten. Deze hoge waterstand vinden wij in elke sluis terug.

In Orconte vinden wij dat wij genoeg gespoeld zijn. De halte is erg keurig ingericht: douches, elektriciteit, toilet en water. Wij zijn er de enige boot maar volgens de sluiswachter zijn er nog twee "montant". De hemelsluizen zijn nu echter opgedroogd! De twee winkels zijn dicht, maar wij hebben gelukkig voorraad genoeg! Die avond hebben wij alle voorzieningen voor ons alleen: geen andere boot! Deze stopplaats zullen wij ongetwijfeld als de aangenaamste tot nu onthouden, en ... het is nu echt mooi weer!

   

Halte fluviale d'Orconte

La magie d' Orconte

 

25.07.07 Tot Saint-Dizier zes sluizen. Het kanaal is soms erg versmald door waterlelies en andere planten: uitkijken dus. Saint-Dizier heeft alleen een totaal vervallen halte en een jachthaven in ... ontwerp 2007-2015 te bieden! Dus gaan wij door. Acht sluizen verder. Nu is het landschap echt anders: het kanaal kronkelt in de een mooie vallei van de Marne die enkele meters lager stroomt.

Bayard. Rustige en mooie halte maar zonder voorzieningen. Er ligt al een boot. Van de zeer sympathieke en boeiende - helemaal niet meer zo jonge - eigenaars uit Toulouse krijgen wij veel aanduidingen over het vervolg van de tocht ... tot Saint-Louis. Sinds jaren zwerven zij à la belle saison op alle kanalen en rivieren en zij kunnen bogen op een ervaring van meer dan 6000 sluizen! In de winter laten zij hun boot in Saint-Jean--de-Losne, de grootste "binnenwateren"-haven van Frankrijk, op de Saône.

 

26.07.07 Van Bayard tot Joinville - de stad van de gelijknamige kroniekschrijver van Saint Louis, koning en kruisvaarder, en van het beroemde geslacht van de hertogen de Guise - moeten wij door zeven sluizen en vijf bruggen.

 

   

Aan de sluizen genieten wij van de hulp van een steeds meevolgende, charmante sluiswachtster-met-motorfiets - niet zo'n onaangename vakantiejob, vertelt de studentin! -: de sluisjes zijn niet erg op jachten voorzien en het water staat tot aan de rand. De stootwillen doen het slepend in het water nog net en wij gebruiken beiden pikhaken om de boot af te houden! Bij het schutten komt het water ook zwaar kolkend binnen: even is het of wij in een bergrivier varen, de lijnen strak gespannen ... maar het water wordt al weer rustig, de boot ontspant zich als het ware - wij ook. Voor de 121e keer is alles goed verlopen en wij varen de volledig manueel bediende sluis van Joinville uit.

   
ECLUSIERE ITINERANTE
ALONGSIDE in JOINVILLE

 

Boodschappen doen - er zijn verschillende supermarchés, een zeer mooie fruits et légumes - gas én diesel worden aangevuld. In het wat ingedommelde stadje vinden wij ook een bakker en een slager. Bloemen, bruggen, water, een mooie kerk. Mooi weer nu nog steeds. Morgen moeten wij al verder. Er wachten ons nog veel sluizen: 43 "montant" tot aan de tunnel bij Langres, en dan evenveel "avalant" naar Pontailler-sur-Saône.

 

27.07.07 Afspraak om 09H00 aan de eerste sluis. Wij hebben er negen voor de boeg, tot Froncles, waar een nieuwe, goed uitgeruste Halte nautique is. Het canal de la Marne à la Saône is nu helemaal niet recht maar het volgt veelal de Marne die enkele meters lager stroomt. Er is veel water in het kanaal en ook nu weer is er handig pikhaak-werk nodig om de boot, als het water tot aan de sluismuur komt, af te houden tot de deuren open zijn en wij kunnen uitvaren. Alle sluizen worden volledig manueel bediend, en vandaag zijn ze echte meevallers: wij kunnen ze zó invaren zonder wachten. Gisteravond hebben wij in Joinville een volgeladen spits zien voorbijvaren richting Saint-Dizier.

 

   

Alle sluizen zijn dus de hele nacht laag blijven staan vermits de spits avalant was, waardoor zij precies klaar staan voor onze boot - de eerste vandaag - die montant is! Dat maakt heel wat tijdwinst en om 14H45 kunnen wij reeds aan de halte vastleggen.

Froncles is een plaatsje dat vroeger bekend was om haar forges, maar door de teloorgang van de metaalverwerkende nijverheid zijn heel wat vroeger zo ijverige stadjes en dorpjes als deze uit de streek van Saint-Dizier aan een lange winterslaap begonnen. Het toerisme kan voor een keerpunt zorgen maar dit is allerminst verworven. Er worden evenwel grote inspanningen geleverd door de Région, de Départements maar ook door de lokale besturen. Ook voor de pleziervaart zijn heel wat nieuwe kleine aanlegsteigertjes bijgekomen en je voelt hier bij de VNF-begeleiding van de jachten de wil om de plaisancier terwille te zijn. We krijgen ook heel wat goed gemaakte meertalige folders die de streek tot in de kleinste dorpjes voorstellen en aandacht vragen voor het toch heel rijke verleden en het patrimonium. Het Vaarboekje dat wij in Saint-Dizier bij de sluis kregen, Entre Champagne et Bourgogne. Het betoverende kanaal, prijst deze minder bezochte streek op een heel frisse manier aan en geeft overvloedige informatie. Er zijn hier weinig of geen huurboten: dit maakt dat veel pleziervaarders dit kanaal voor de rustige vaart verkiezen boven het canal de Bourgogne. Wij kunnen dit best begrijpen, en met de sluizen voor ogen laten wij onze verbeelding vrij ...

 

FRONCLES

   

 

Wij hebben nu in het totaal reeds 130 sluizen achter de rug: ritme en een soort natuurlijke routine beheersen de dagen op dit erg mooie kanaal. De beroepsvaart is hier echt erg zeldzaam aan het worden: gemiddeld twee à drie commerciaux ou "chargés" per dag - soms zelfs minder -, wat begrijpelijkerwijze voor enige onrust zorgt bij de VNF-beambten die hun effectieven zien krimpen; voor de zomer en de plaisance worden dan vacataires - meestal studenten - aangeworven.

Top

 

Uit het dagboek van Kaat ...

Ontmoetingen...

Nadat we iedereen uitgewuifd hadden in Veurne zijn we eigenlijk blijven wuiven: toeterende auto's, vriendelijke vissers, joggers, fietsers, spelende kinderen...en soms binnenschippers en andere "plaisanciers". Bij onze aankomst in Reims, toen we nog langs de erg industriele oevers vaarden riep ons een donkere wegarbeider met een brede glimlach en armzwaaiend "welcome" toe...Vanaf Condé sur Marne werden we zelf een toeristische attractie: andere landgenoten langs de oever wezen naar onze vlag en wuifden verrast en enthousiast.

Gentenaars in Cambrai, Nederlanders in St Quentin en Joinville, Engelsen in Chauny en op de woonboot Theo, Aagje en Dirk op Marie-Hélène, Amerikanen in Vitry-le-Francois, Fransen uit Toulouse met het heerlijke "accent du midi"...allemaal reizigers met hun verhaal en hun bestemmingen...heel boeiend!

 

28.07.07 Er worden drie spitsen aangekondigd die "montant" zijn en één "avalant". Als wij ons om kwart voor acht klaar maken om los te gooien verschijnt de eerste spits; wij hebben pech oplopen lukt niet van de hele dag. Vlug naar het VNF-kantoor om te overleggen: zij raden ons aan een dag later te vertrekken want spitsen voor en achter én nog een avalant dat wordt echt niet leuk: zij baggeren a.h.w. het kanaal en dan zit je de hele tijd in modderwater, daarbij duurt het schutten van een spits in deze kleine sluizen soms vrij lang ... Wij blijven en maken van de nood een deugd: wij kunnen gebruik maken van de wasautomaat en de droger die net geleverd zijn! De hele zaterdag regent het hevig: best dat wij niet zijn doorgevaren!

 

29.07.07 Op weg naar Chaumont. Wij treffen het niet met onze jeugdige éclusier-begeleider voor vandaag: niet alleen heeft hij zich overslapen - wij moeten heel wat wachten, de coördinatiepost oproepen en eventueel op een vervanger wachten, en... intussen is het zwaar aan het egenen en maakt wind het niet eenvoudig om de boot door de plotse hevige wind in de as van het kanaal te houden. Wanneeer de jongeman dan eindelijk zijn taak opneemt stellen wij vast dat zijn werklust ook al gehavend is.

 

   
 

RIAUCOURT

     

 

Middag pauze In Riaucourt een prachtig dorpje met een colombier zoals ze alleen in de sprookjes bestaan! Onder de plenzende regen verder naar Chaumont- Relancourt, waar we vast maken in een goed uitgeruste port de plaisance: wij hebben weer elf sluizen achter de rug. Maar er is een twaalfde: wij hebben net onze elektrische kabel gekoppeld of de wolkbreuk verandert de haven in één groot stortbad. Twintig minuten lang stroomt het water ...

 

30.07.07 Van Chaumont naar Rolampont: vandaag een zeer vriendelijke, wat oudere éclusier vanwie wij heel veel vernemen over het leven rond dit kanaal: de sneeuw in de winter, het kappenvan het ijs, le chômage voor het onderhoud, de vragen rond het wegblijven van de vracht, de sluiswachtershuizen. Het schutten gaat snel terwijl wij naar zijn verhalen luisteren. Het kanaal is prachtig vandaag: eerst mist dan nevel over het water en de oevers - het heeft gisteren zoveel geregend! -, dan komt de zon, spel van licht en schaduw, terwijl wij als het ware omhoog kruipen van sluis naar sluis, naar het plateau de Langres, waar wij na de souterrain de Balesmes, de lange afdaling naar de Saône et de Rhône zullen aanvatten. En helemaal "beneden" ... de Middellandse zee ...

 

   
 

Op weg naar ROLAMPONT

Lunch time op weg naar ROLAMPONT

ROLAMPONT  

 

Stop aan de halte van Rolampont. Boodschappen, brandstof. De kleine halte nautique langs de kademuur - ongeveer 50 meter - ligt vol door drie boten, woon-péniches, maar wij kunnen langszij: Marie-Hélène biedt ons opnieuw een uitstekende - en zeer aangename - mooring!

 

31.07.07 We vertrekken om acht uur en leggen zeven sluizen verder vast in de Port de Champigny-lez-Langres waar wij hopen onze website te kunnen bijwerken. Morgen om acht uur moeten wij de twee laatste sluizen door vóór de souterrain. Een - vandaag - stijgende spits aan de andere zijde van de tunnel begint morgenvroeg aan zijn afdaling zodat wij kunnen hopen dat de spits ons morgenvroeg kruist vóór wij aan de tunnel komen en dat wij geen lange wachttijd opgelegd krijgen aan ingang van de souterrain. Het is intussen mooi weer en Langres is zeker een bezoek waard.

 

 

   

Van de haven tot Langres lopen wij een half uur: de stad ligt heel wat hoger dan het kanaal en het is steil klimmen. Langres is omwald en vanop de muren heb je een prachtig zicht op het Plateau. Het laatste stuk klimmen gaat langs een slingerende wandeltrap die toegang geeft tot een van de stadspoorten. Door haar meer dan 2000 jaar lange geschiedenis kan Langres getuigen van alle tijden: kruispunt van Romeinse heirbanen, machtscentrum van bisschoppen en kanunikken - het stadsdeel rond de 800 jaar oude kathedraal St-Mammès - de prachtige Renaissance hôtels particuliers, de XVIIIe waarvoor het standbeeld van Diderot - "directeur" van de Encyclopedie en enfant du pays - symbool staat. Onze zoektocht naar een internetpunt leidt ons niet alleen langs de culturele en artistieke hoogtepunten van de stad maar toont ons een andere realiteit:

   
LANGRES
LANGRES

 

 

deze van de onvermoede, deprimerende quartier neuf waar de mixiteit slecht verteerd is, waar rijen flatgebouwen en groene zones de uitzichtloze leefomgeving zijn voor die andere groep Fransen, voor zij die niet behoren tot middenklasse die met fierheid over haar stad spreekt. Wij vinden het Cyber-Centre midden in deze wijk, met de hulp van de animateur socio-culturel kunnen wij onze laptop aansluiten en de website bijwerken.

Als wij in het drukke centrum onze inkopen doen - wij trachten grootwarenhuizen te vermijden als het kan - is de quartier neuf erg ver, ook in onze boodschappentas, waar een vermaarde fromage de Langres niet ontbreekt!

 

01.08.07 Le Souterrain de Balesmes, een tunnel van 4820m, leidt ons over de ligne de partage des eaux: na de tunnel varen wij niet meer naast de Marne maar naast de Vingeanne, een bijrivier van de Saône. Alle waterlopen vloeien nu naar de Middellandse zee terwijl daarvoor alle rivieren naar het "noorden" liepen. Water, het beheerst het gebied: le pays des quatre lacs. Vanuit de haven van Champigny-lez-Langres wachten ons de laatste twee sluizen waar we "montant" zijn.

Om 8H40 varen wij de sluis in: tijdens het schutten zal de éclusière naar de controlepost van Heuilley-Cotton telefoneren.

 

   
 

Toegang tot de SOUTERRAIN DE BALESMES

SOUTERRAIN DE BALESMES, we naderen de uitgang

CUSEY  

 

Er is een spits aangekondigd "montant" aan de Saône-kant: indien de spits op tijd is, kan dit voor ons drie uur wachten betekenen. Wij hebben geluk: de spits heeft vertraging en wij mogen verder. Om 9H05 varen wij de Souterrain in en om 9h37 komen wij uit de tunnel versant Saône: wij beginnen aan de " trap avalant ", een geheel van 12 gegroepeerde automatische sluizen.

Als wij om 17H30 halt houden voorbij de sluis van Cusey hebben wij reeds 22 sluizen "stroomafwaarts" achter de rug; een heel mooie dag: warm weer, terwijl het kanaal door prachtige oevers en dorpjes kronkelt.

 

De halte nautique van Cusey is nog in aanbouw, en wij beslissen op een leuke plek vast te maken aan twee bomen - langs het kanaal een "haag" vrij lage maar vrij dichte bomen. Het is absoluut stil en erg aangenaam.

Om 00H45 barst het onweer los. Gelukkig ontsnappen wij aan het hevigste; het onweer schuift vóórlangs maar de bliksems die onophoudelijk door de nacht schieten zijn een niet zo geruststellend schouwspel. De regen en de wind gieren door de bomen en 's morgens is de boot bedekt met bladeren en afgewaaide twijgjes.

 

02.08.07 De regen is weg maar de wolken hangen nog onheilspellend. Zeventien sluizen tot Renève, steeds "avalant", en zo blijft het. Maar de zon breekt door en dan beginnen opnieuw de kleuren te leven, en is het net of alles in en rond het kanaal opnieuw begint te leven. Wuivende vissers, lachend enthousiaste fietsers. Vogels fluiten, insecten scheren langs ons heen, spelende kinderen zwaaien, de sluiswachters zijn vriendelijk ... het verschil tussen grijs en kleur, tussen zon en regen. Ook voor ons: de oude zeilpakken worden weggeborgen.

 

   

De kleine halte van Ceuge is nog niet ingenomen: er is plaats voor slechts één boot. Wat later arriveert een Engelse rivierboot maar de man kan makkelijk aan de overzijde tegen de hijpalen aanmeren, diepgang is voor zijn boot geen zorg!

De kerk uit de XIIIe eeuw trekt onze aandacht, de lavoir - de oude wasplaats - is mooi . Enkele inwoners die ons gadeslaan, vragen naar onze appreciatie; zij herinneren ons eraan dat hier in het dorp de film "La Veuve Couderc" met Simone Signoret en Alain Delon werd gedraaid. De ophaalbrug, uniek in Bourgogne, is voorwerp van fierheid.

   
LUNCHTIME IN THE LOCK
On the way to CEUGE, lock

 

Vandaag hadden we even een wat spannend moment: bij de sluis van Dampierre ging één sluisdeur niet open; het mechanisme weigerde, maar de jonge vacataire die de depannagedienst van VNF al had opgeroepen, kreeg de ervaringsvolle hulp van de vroegere sluiswachter die even kwam kijken waarom wij niet uit de sluis gingen. Het technisch probleem werd zó opgelost.

 

03.08.07 Onze tocht op het prachtige Canal de la Marne à la Saône zit er bijna op. Er zijn nog vier sluizen tot Heuilley, waar we de Saône zullen opvaren; een sluis verder ligt Pontailler. We vertrekken vroeg uit Ceuge want we willen vroeg in Pontailler aankomen. Om 10H15 bereiken we het eindpunt van de prachtige tocht langs de kanalen. Na 113 sluizen nemen we afscheid van het prachtige Canal de la Marne à la Saône. Bij de Dérivation de Heuilley ligt ook een nieuw beginpunt. Achter de goed uitgeruste sluis - je merkt onmiddellijk dat je in zéér toeristisch gebied aankomt - ligt de Saône.

 

De Saône: van Pontailler-sur-Saône naar Lyon

 

Even na half elf leggen wij vast in de Port de Plaisance van Pontailler-sur-Saône. De enkele tientallen meters net achter de brug gelegen Quai public heeft, op twee vieze toiletten na, geen voorzieningen en wij willen nu écht een goede douche. De laatste aanlegplaatsen op het kanaal hadden geen faciliteiten en onze "sun-shower" gebruikten wij in Cusey. Water konden wij slechts vóór onze halte in Ceuge aan het VNF gebouw van Renève tanken - na een wat geïmproviseerd aanlegmanoeuvre - : te laat echter om de "sun-shower" nog te laten opwarmen.

 

   

Wij liggen aangemeerd aan een soort wachtsteigertje onder de kastanjebomen, op veilige afstand - dat hopen wij toch - van de echte haven waar de boten van het verhuurbedrijf Les Canalous hun basis hebben; de haven is een onderdeel van hun activiteiten. Wij hebben op onze tocht zoveel wilde verhalen gehoord over de huurboten en de vaarkunst van hun bemanningen dat wij liever het gebeuren van op afstand bekijken. Daarbij is het vrijdag, de dag waarop de huurboten meestal terugkomen ... Wij gaan dus om beurt van boord voor boodschappen en internet! Pontailler heeft een aantal prachtige huizen langs de Vieille Saône, die bevaarbaar is tot aan de brug in het centrum.

   
 

De SAONE tussen HEUILLY en PONTAILLER

     

PONTAILLER

 

 

04.08.07 Van Pontailler naar Saint-Jean-de-Losne varen wij op de Petite Saône: de mooie brede rivier kronkelt door een erg groen, bebost landschap. Veel vissers op de oevers zijn er voor langere tijd: kleine, meestal goed uitgeruste tentenkampen verscholen in de struiken of onder een boom zijn de vakantieverblijfplaats van deze gepassioneerden. De Saône is beboeid en op verschillende plaatsen wordt er aan waterski gedaan. De reglementering is duidelijk op de oevers aangegeven en aan de bruggen duiden panelen aan tussen welke peilers je moet varen.

 

   

Er zijn twee dammen tot Saint-Jean, telkens gaat het dan voor ons via een afleidingskanaaltje - une dérivation - waar dan ook de automatisch bediende sluis is.

Op de Petite Saône zijn de sluisafmetingen nog steeds beperkt (40mx8m of 41mx5,20m). Aan deze sluizen hebben wij telkens enige wachttijd: het is drukker dan op de kanalen en de boten die stroomopwaars gaan liggen soms met drie in de sluis. Wij hebben ongeveer één km/h stroom mee (hier nog steeds geen mijlen of knopen!).

   
 

Op weg naar SAINT JEAN DE LOSNE

     

SAINT JEAN DE LOSNE

 

 

Twintig kilometer van Pontailler naar Saint-Jean de Losne: wij vertrekken om negen uur, varen anderhalf uur later langs het historisch rijke Auxonne en om één uur leggen wij vast op het bezoekersponton van de Gare d'Eau, waar om en bij de zeshonderd boten liggen,op enkele uitzonderingen na allemaal (rivier)motorboten. Veel van deze boten zijn, in onze zeilersogen, erg luxueuze drijvende "caravans" met alle comfort, van vaatwasautomaat tot linnendroger, en erg cosy leefruimtes, uitgebreid met tent-overdekte "veranda's". Vanuit onze kuip - zestig centimeter boven de waterlijn - ervaren wij dit leven in tuinmeubilair als wat komisch! De steigers zijn goed uitgerust met lange catways, water, en elektra voor elke boot: de bezoekerssteiger is voor 80% ingenomen door boten die te koop worden aangeboden: veel eigenaars wachten zo de belangstellenden af torend vanop hun dikwijls hoge vaartuigen. Het bedrijf H2O baat deze "botenparking" uit, met ook heel veel "droge berging": van meer dan een riviervaarder hoorden wij dat Frankrijk's grootste Port fluvial de Plaisance erg veilig is. Wat verder is er ook een groot verhuurbedrijf.

Maar Saint-Jean-de-Losne is ook en vooral het belangrijkste kruispunt van de binnenwateren en kan aldus bogen op een belangrijk verleden van binnenvaart: in het kleine maar interessant Musée de la Batellerie - een initiatief van schippers - in het Maison des Mariniers krijgen wij een bondig maar boeiend overzicht van alles wat met binnenvaart te maken heeft; vooral de evolutie van de sluistechnieken trekt onze aandacht. De kerk van deze kleinste stad van Frankrijk heeft een prachtig, voor de Bourgogne zo typisch dak. Vanop de indrukwekkende brug over de brede Grande Saône, van hier tot Lyon, hebben wij een weids uitzicht. Grote verachters liggen aangemeerd op de linkeroever terwijl woonboten aan de quai public à gradins aan de stadskant op de rechteroever liggen; het wordt allemaal wat internationaler, Noord-Europeanen, Italianen, Engelsen....

 

05.08.07 Wij willen nu verder naar Chalon-sur-Saône , zeventig kilometer verder stroomafwaarts: vandaag prachtig weer maar de onweersdreiging neemt weer toe en wij willen tijdens het mindere weer de stad bezoeken en vrienden die hier wonen even opzoeken. Na onze kanalentocht met de wat intiemere dorpjes, de sluizen waar wij bijna steeds alleen waren en zelden moesten wachten, het rustieke landschap, voelen wij de Saône als indrukwekkend aan: wij komen nu langs belangrijkere steden als Chalon en Mâcon, Tournus en Trévoux en het wat verder in het achterland gelegen Beaune getuigen van het roemrijke verleden van deze eens zo machtige streek.

Het is zondag en wij rekenen op minder beroepsvaart, de pleziervaart zal echter drukker zijn. Er liggen twee dammen over dit deel van de Saône: er zijn dus twee dérivations met telkens een nu grotere sluis: 185mX12m, deze van Seurre et deze van Ecuelles. In beide sluizen is vastmaken en het dragen van reddingsvest verplicht: grote borden wijzen hierop in drie talen. Wij vertrekken om acht uur .In de sluis van Seurre zijn wij alleen: 185m voor ons bootje van 8,50m LOA! La bassinée verloopt uiterst rustig; er is een overvloed aan bolders en het verval is slechts 3,75m. Om elf uur is het wachten voor de sluis van Ecuelles. De op kan. 20 opgeroepen sluiswachter in zijn toren, hoog boven de sluis, antwoordt niet: de plaisanciers hebben tijd zat..

.

Vanuit onze kuip ...

Langslapers zijn wakker geworden: vier huurboten komen toe - grote bijna allen identieke rechthoekige Connoisseurs met de herkenbare, meestal geel en wit gestreepte parasol (!) op het hoge "achterdek" met wit plastieken tuinstoelen, die je zonder "permis" huurt. Een kleinere ook nog. Dan een grotere onder Nederlandse vlag, maar her koppel spreekt Frans. Rood-groen. De sluis gaat open. Een huurboot gaat stroomopwaarts. Groen. Wij mogen "erin". Wij laten voorgaan. Een huurboot talmt, ook de Nederlander. Voor ons schuift men door. Het loopt goed. Wij leggen vast aan BB achter de eerste boot. Middenlijn even op ladder. Voor en achter op bolder. Makkelijk er zijn ook bolders in de muur. Klein verval: 3m50. De Nederlander legt vast. Het vlot niet op de laatste huurboot. Zij leggen vooraan vast, de lijn wordt aangehaald: zij liggen dwars. Een van de achtkoppige bemanning is toch op de muur geraakt. Geroep. Landvasten worden geworpen. Bij de vierde poging lukt het. Boot wordt bij getrokken. Twee van de acht dragen een reddingsvest. De deuren staan nog steeds open. De stem van de sluiswachter buldert door de luidspreker: Port du gilet obligatoire. Aarzeling. De Franssprekende Nederlander met pet en handschoenen wil hen langszij, zij doen het niet goed, liggen niet goed vast. Zij verstaan hem niet. Opnieuw kabbalistische tekenen ondersteund door "No, no , come here" hij wijst naar zijn middenbolder. Overleg. Er wordt vooraan losgegooid. Overleg, aarzeling. Opnieuw buldert de sluiswachter door de luidspreker : "Port du gilet obligatoire". Reddingsvesten verschijnen. De raadgever geeft niet op. De sluiswachter heeft voldoening gekregen en de deuren gaan dicht. Wij zakken. Geroep. Paniek op de Nederlandse boot.. Vrouwenkreten. "Charles! Vite, Charles, vite. Charles! Charles!". De man duikt naar binnen. Door de luidspreken " Coupez les amarres! Coupez!". Het Nederlandse jacht hangt aan zijn landvasten het water spoelt weg onder de boot. De boot hangt al behoorlijk schuin als de man opnieuw verschijnt. Een knal. Net op tijd heeft hij de lijnen gekapt. De boot smakt op het wateroppervlak. Kantelt even en slaat terug tegen de muur. Wij maken ons klaar om een lijn toe te werpen naar deze losgelaten boot maar onder luid boegschroefgehuil kan de boot tegen de muur gebracht worden. Nieuwe lijn op lagere bolder. Drie en een halve meter lager. De deuren gaan open. Wat later loopt het jacht ons op; aan hoge snelheid varen ze ons voorbij, recht voor zich uitkijkend ...

 

De samenloop van de Doubs en de Saône in het bekende Verdon-sur-le-Doubs: hier kan de rivier 13 km worden opgevaren. Er zijn heel wat mooie villa's maar ook prachtige huizen op de glooiende oevers, onberispelijk gemaaide grasvelden, restaurants, campings met eetgelegenheden, watersportclubs - waterski en kayak maar ook waterscooters - wisselen af met beboste oevers, toevlucht van vissers, in het wild kampeerders en de dagjesmensen.

 

   

Chalon-sur-Saône. Drie bruggen over de rivier. Een mooie sierlijke hangbrug. Een majestatische oude brug. Aan de kade vaart een zeer grote moderne hotelboot weg. Na de tweede brug draaien wij op naar de achter het Ile St Laurent gelegen Port de Plaisance.

Goede voorzieningen, met vriendelijke service. Je moet er echter in het hoogseizoen vóór 16 uur toekomen. Het bord "port complet" wordt niet verwijderd, huurboten worden uit het binnenste deel van de haven geweerd, en maar goed ook : zij zorgen ook hier dikwijls voor hilarische taferelen en wij horen dat ook hier bij menig lokaal jachtbezitter de verontwaardiging groot is

   
 

CHALON SUR SAONE

     

CHALON SUR SAONE

 

 

ten aanzien van hun dikwijls erg arrogante en weinig zorgzame bemanningen. Het is erg heet alhoewel er heel wat wind is; een permanente lichte deining geeft een illusie van "zeegevoel". Met dit echte zomerse weer varen boten de hele tijd op en af. Op het Ile St Laurent zijn er heel wat leuke restaurants en tot laat 's blijven overal de terrassen goed ingenomen. In de straatjes van de Vieille ville is het gevoel "weg" te zijn reeds sterk.

 

uit het dagboek van Kaat...

Sluizen...

Ondertussen varen we op de Saône, de kleine sluizen en kanalen hebben we achter ons gelaten. Nu weet ik het zeker: sluizen hebben ook een "karakter". Sommige zijn vriendelijk, andere vinnig, venijnig, vals, lui, blind, traag, verrassend kalm.Het zijn niet altijd de grote sluizen die het slechtste karakter hebben: tussen Cambrai en St-Quentin hebben we een klein, venijnig specimen ontmoet met een "kolk" die flink uithaalde en de punt van de boot tegen de muur kwakte. Gelukkig hebben we die knaloranje bollen vooraan gehangen, die hebben echt goed geholpen!

Een aangenaam aspect van het "sluizen nemen" is het "bovenkomen": telkens de sluisrand op ooghoogte komt is er een nieuwe verrassing: het landschap, een venijnige windstoot en zeker de sluiswachtershuisjes! Soms met een prachtige bloementuin, soms met een tentoonstelling van oud landbouw of sluis materieel, soms met een hele verzameling tuinkabouters en andere beeldjes (erg kitsch, maar toch heel mooi), soms erg verwaarloosd, bijna ruines...Eén keer een wit, mooi opgeknapt huis met een prachtige slingerplant tot op het dak;een dame kwam buitengewandeld en vroeg bijna verveeld waar we heen gingen; ze luisterde amper naar mijn antwoord en vroeg daarop of er in" de streek" (de Côte-d'Or) iets te zien is (!?) Ze is Canadese en had namelijk huisruil gedaan met de bewoners van dat voor mij prachtige sluiswachtershuis in het prachtige decor van "le canal". Ik vroeg of ze tevreden was; ze haalde haar schouders op en zei: "er is geen droogkast en geen vaatwas" (!?) Ik had van stomme verbazing geen direct antwoord klaar...

 

 

07.08.07 De aangekondigde onweersstoring heeft nu ook Chalon bereikt: gisternamiddag begon het flink te regenen en de hele nacht en voormiddag houdt het afwisselend gedruppel-gemiezer aan. Tijd om de website bij te werken en de boot wat op te ruimen. Onze afspraak met vrienden in Tournus maakt dat wij hier tot donderdag blijven. Chalon-sur-Saône lijkt ons een erg levendige stad, vooral de historische wijk rond de kathedraal en het bisschoppelijk paleis die onmiddellijk aansluit bij de verkeersvrije winkelstraten zijn zelfs in deze augustusmaand aangenaam actief. Wij vinden er niet alleen heel wat aangename kwaliteitswinkels waar wij onze voorraad kunnen aanvullen, en een degustatiehuis met wel twaalf soorten koffie en evenveel soorten thee, maar ook een heel druk bezocht groot cybercafé. Op driehonderd meter van de haven is er een hypermarkt en een groot winkelcentrum.

 

   

09.08.07 Van Chalon naar Tournus 29 km en slechts één sluis. Wij vertrekken om acht uur. Het is zwaar bewolkt en wij hopen voor de aangekondigde regen aan te komen. Wij hebben een knoop stroming mee. De sluis van Ormes heeft slechts een verval van 3,75 m en om iets voor twaalf leggen wij vast.

Tournus heeft weinig voorzieningen: een ponton flottant en een quai submersible. Wij vinden nog een plaats aan de ponton flottant maar even later is alles ingenomen. Om twee uur begint het zwaar te regenen. 's Avonds staat de Saône al hoger. Wij horen over de radio dat er overstromingen zijn in Duitsland en Zwitserland. Ook de Franse Doubs zorgt voor problemen: twee campings werden ontruimd en verschillende dorpen kampen met wateroverlast.

   
 

Op weg naar TOURNUS

     

TOURNUS

 

 

Vanuit onze kuip ...

Terwijl wij met onze vrienden gezellig avondeten komt plots een kleine zeilboot langszij. Blauwe romp, witte opbouw. Hij ziet er wat gehavend uit: beschadigd potdeksel aan BB. Duitse vlag. Of hij mag vastmaken aan onze boot? Natuurlijk, het is hondenweer en er is geen plaats meer. De man in zeilpak met reddingsvest ziet er doodmoe uit maar achter zijn wat aarzelende en verlegen vraag, voel ik zijn zelfstandigheid en beginselvastheid. De accu's zijn leeg en de alternator doet het niet goed. De landvast die hij mij aangeeft druppelt van de diesel. Hij heeft er een rondje Med opzitten: twee jaar lang, solo. Over enkele dagen komt zijn vrouw aan boord. Het wordt weer leuk: met twee. Van de sluis van Couzon (km 17) is hij tegen de sterke stroming en de aantrekkende NW-wind tot Tournus (km 112) gevaren. Ik sluit de kabel die hij mij aanreikt op onze duplo-aansluiting aan. Dan verdwijnt hij. Slapen.Bij het ontbijt hebben wij het even opnieuw over onze buur. Mijn vrouw piekert er over: zij heeft de indruk dat wij hem al ontmoet hebben. Blauwe romp. Witte opbouw. Bootnaam: "K...". De man verschijnt in de kuip. Mijn vrouw gaat buiten. Losse babbel. Het slechte weer. Blauwe romp. Witte opbouw. "K..." . En dan ...: Le Havre eind augustus 2005. Wij liggen verwaaid in Le Havre, na een reis naar Noord-Bretagne en de Kanaaleilanden naast de prachtige "Wizzard of Paget"; Practical Boat Owner wijdde een reeks artikelen aan de restauratie van deze wedstrijdzeiler uit de jaren zestig waarvan er maar twee bestaan. De eigenaars, een sympathiek koppel, hebben ons uitgenodigd en veel over de restauratie verteld. Windkracht zeven tot acht. De golven slaan over de muur. Stortregen. Plots gaat het snel. Blauwe romp.Witte opbouw. Te snel: dat gaat mis. Wij staan reeds op de steiger. Niets ligt klaar , geen landvasten. een vrouw waggelt over de steiger. Angst. Antifer: reuzegolven, uren vechten tegen de stroming, alles nat, een lekkende boot. Voor haar is het gedaan, de reis stopt hier. Hij, wat schuchter glimlachend, vond het niet zó erg. Hij gaat door. Naar waar? Hij weet het niet precies. Verder. De regen houdt op. De wind trekt verder aan. De zon komt erdoor. Hun hele zoute inboedel ligt twee dagen lang te drogen op de steiger... [ klik hier voor de foto uit 2005 ]

 

 

10.08.07 Als wij om 8h30 onder een dreigende lucht Tournus verlaten wordt onze plaats snel ingenomen: de quai submersible is ondergelopen en al wie daar had vastgemaakt zoekt een plaats aan de ponton flottant. Het weer heeft ons wat bekoeld om een dag langer in Tournus te blijven. Er wordt nieuwe regen aangekondigd en het waterpeil stijgt.

 

   
 

To MACON

De SAONE nabij MACON

PORT DE MACON  

 

Wij verkiezen naar Mâcon te varen. De Saône is breder en heel wat vissers zijn weg. Anderen die met tentenkamp en al gebleven zijn, zijn nu heel wat dichter bij het water! Vanop de Saône biedt het korte canal de Pont-de-Vaux dat naar dit anders zo drukke en mooie plaatsje leidt, een erg verlaten en trieste aanblik; ook in de camping is geen mens te bespeuren. Om 11h30 leggen wij vast in de Port de Plaisance van Mâcon. Plenzende regen. De haven biedt alle comfort maar ook hier is er bij dit trieste weer niet veel activiteit . Wij moeten met de spiegel aan de steiger en vooraan een mooringboei oppikken. Na een tweede manoeuvre slaagt Kaat erin onze langkieler te dwingen recht achteruit te varen!

De haven ligt zeer rustig en is echt aangenaam - zeker bij mooi weer - maar is wel 2,5 km van Macon-centrum verwijderd: langs de goed aangelegde trekweg een leuke wandeling. De regen is intussen opgehouden, wat onze wandeling door Mâcon aangenamer maakt. De indrukwekkende Pont Saint-Laurent over de Saône boetseert sinds eeuwen het gezicht van Macon en het Stadsbestuur heeft een nieuw rivierfront laten aanleggen stroomafwaarts van de brug met bijhorende ponton flottant voor de plaisance, echter zonder voorzieningen.

 

Als het wassende water toch voor enige onrust zorgt ...

 

11.08.07 De Saône stroomt sneller: het water stroomopwaarts zoekt haar weg naar deze rivier, die aanzwelt. Wij willen richting Lyon naar de Port du Val de Saône: 79 km en één sluis: Dracé (2,90 m). Het is mistig en wij moeten met navigatielichten varen. Aan de brug van Mâcon stroomt het: 1,8kn mee, de eerder luie rivier toont een ander gelaat. Spijts het grijze weer, is het een mooie tocht langs Belleville, Montmerle en Trévoux. Soms toch een aarzelend streepje zon. Als wij om veertien uur aan de Port du Val de Saône

   

arriveren, stellen wij vast dat het haventje vol ligt: de enkele plaatsen aan de kleinere steiger, die dwars op de stroom ligt, boezemen ons geen vertrouwen in: delen van de steiger staan bijna onder water en de aanloop zou riskant kunnen zijn. We beslissen verder naar Lyon te varen: de sluis van Couzon heeft een normaal verval van 4m: wij zakken slechts om en bij de 2,50 m!

Een kwartier later leggen wij vast aan de kleine steiger van Collonges-au-Mont-d'Or. De steiger die op twee zware kettingen tussen forse palen drijft is vooral bedoeld voor passagiersboten: grote bolders op de buitenzijde van de palen maar onbereikbaar vanop onze boot. Dan maar vastmaken aan de bevestigingen van de steiger en aan de kettingen, zó dat er geen gevaar is voor knel raken, en ook ... aan de trap die naar de wal gaat. Uit veiligheid leggen wij eveneens ook lijnen naar de hoogste bolders op de palen: hiervoor is enig lasso- en pikhaakwerk nodig. Uiteindelijk liggen wij op zeven lijnen! Elke lijn doet een beetje werk zodat geen enkele echt zwaar onder spanning komt. Wij verkennen de omgeving en stellen vast dat aan de overzijde van de weg het bekende restaurant van meester-kok Paul Bocuse gelegen is. Maar in onze kuip smaakt het avondeten ook erg lekker! Intussen stijgt het water nog: de laagste bolders op de palen verdwijnen. Een grote tak wordt meegesleurd langs de romp, meer en meer hout drijft op de stroming. 's Nachts controleert Eric om het uur de spanning op de lijnen.

 

COLLONGES AU MONT D' OR

   

 

12.08.07 We vertrekken om 8h30. Wat later verschijnt de Ile Barbe aan SB - net tijd voor een foto want het gaat hard, 10 kn over de grond! Als wij een kwartier later door Lyon varen ontdekken wij een net ontwakende stad.

 

Approaching LYON, L'ILE BARBE

Crossing LYON

Crossing LYON

   

Het wordt een prachtige tocht door een a.h.w. verlaten Lyon die vanuit haar schoonheid de rivier domineert, Notre-Dame de Fourvière, de Cathédrale St-Jean, de vijftien bruggen, les quais; vele kaden staan bijna onder water, maar aan de Quai Maréchal Joffre kijken heel wat plaisanciers ons vanop hun ontbijttafel na, enkelen wuiven, maar wij zijn al weg, de rivier neemt ons mee naar haar eindpunt, waar de Saône in de Rhône verdwijnt ...

Twintig minuten vóór wij de sluis bereiken roepen wij Ecluse Pierre-Bénite op, de eerste van de12 Rhône-sluizen die ons te wachten staan. Als wij toekomen staan de lichten zoals meegedeeld door de sluiswachter reeds op rood/groen en twee minuten later gaan de deuren open.

 

LYON, QUAI MARECHAL JOFFRE

   

 

 

De Rhône: van Lyon naar Port-Saint-Louis-du-Rhône

 

   

Een wachtsteigertje voor de pleziervaart maakt eventueel lang wachten eenvoudiger. Deze sluis heeft een max. verval van 11,80m maar wij zullen slechts 8m zakken want de Rhône staat hoger dan zijn normale zomerpeil. De sluis is zoals alle Rhône-sluizen goed uitgerust met drijvende bolders: wij leggen voor- en achterlijn vast op één bolder want de bolders liggen vrij ver uit elkaar voor een jachtje. Het dragen van een reddingsvest is verplicht en er wordt nauw op gekeken. Het schutten verloopt zeer rustig, onder het toeziend oog - via verrekijker! - van de sluiswachters!

Na de sluis volgt de 12 km lange dérivation van Pierre-Bénite langs de petroleumraffinaderij van Feyzin. Voor Givors komen wij opnieuw op de Rhône:de stroom is breed en het stroomt nu iets minder: 1,5 kn mee. Hier is de Rhône zoals je je voorstelt: een mooie brede vallei waar de majestueuze stroom zijn stempel op heeft gedrukt. Het is licht bewolkt en de zon komt geregeld door: wij komen geen jachten tegen, wel twee grote duweenheden en... een nú zo kort lijkende spits! Vergeleken met de plaats die wij bij deze ontmoetingen op de kanalen hadden - en in het bijzonder op de Canal de la Marne à la Saône - hebben wij hier echt ruimte zat, daar waar wij op het Marne-Saône kanaal tot tweemaal toe even vast liepen, bij het noodzakelijk uitwijken!.

 

ECLUSE PIERRE BENITE

   

 

Vienne, de Gallo-Romeinse stad, verschijnt aan bakboord. Het is nu vrij zonnig weer en op de rechter oever luiden de klokken van de kerk van Ste-Colombe: een verwelkoming die wij graag als voor ons bestemd beschouwen. De op tijd (20' voor ETA) opgeroepen sluiswachter ven de Ecluse de Vaugris (max. verval 6,70 m)) is bijzonder vriendelijk en maakt het ons gemakkelijk: het licht staat op groen als wij aan de sluis toekomen en een kwartier later varen wij de sluis uit, meegenomen door de kolkende waterval die door de barrage rechts van de sluis stroomt, snelheid over de grond 9,8 kn.

 

Zes kilometer verder ligt ons doel: de Port-de-Plaisance des Roches de Condrieu.Door de hevige stroming moet de aanloop zorgvuldig worden voorbereid. De landvasten liggen klaar op SB en BB, en de aanloop gaat tegen de stroming in met een snelheid van 2 kn over de grond: als een krab ronden wij de het kleine havenhoofd aan SB.

 

   

Wij leggen vast aan de meldsteiger. Het is zondagmiddag en de capitainerie is dicht: dan maar ook het middagmaal gebruiken! Als wij ons om 14h melden, mogen wij blijven liggen: prachtig: wij hebben langs beide zijden een prachtig uitzicht, aan BB op de haven, aan SB op de Rhône!

In de haven is het zondagstemming: barbecue, dagmensen, daartussen bezoekende jachten, enkele zeilboten met gestreken mast in transit zoals wij. Mooi gelegen tussen de heuvels waar de wijngaarden van de bekende gelijknamige witte wijn groeien, is de haven niet echt volzet. De sfeer is hier al zuiders. 's Avonds worden wij vergast op ... een warmteonweer met fikse regen ...! Ons kaasdessert eten wij binnen op.

   
 

LES ROCHES DE CONDRIEU

     

UPDATING van de WEBSITE

 

 

 

13.08.07 Met de trein naar Vienne. Na tien minuten staan wij in het centrum van deze 2500 jaar oude stad. In het Bureau de Tourisme krijgen wij een plan de visite: een uitgestippeld bezoek van de belangrijkste bezienwaardigheden. Wij dienen slechts de op de voetpaden geel geschilderde pijlen en dito koperen trottoirmedaillons te volgen om vier uur later, gesterkt in Vienne-geschiedenis, weer op het beginpunt aan te komen! De Romeinse stadsmuren, de église St-Pierre, de kathedraal St-Maurice, de Tempel van Augustus en Livia, de Rue des Clercs, de église St-André-le-Bas, de oude stad, het Romeinse theater, de archeologische tuin van Cybèle, de Jardin public: wij hebben het allemaal gezien, bewonderd. Ook haltes voor een verfrissend drankje kregen hun plaats in deze Vienne-in-één-namiddag verkenning. Met de trein terug naar les Roches: tevreden over onze boeiende uitstap konden wij nagenieten bij ons avondaperitief. Ons kaasdessert moesten wij weer binnen opeten: bij de laatste hap van het avondeten spoelde een fikse regenbui elke illusie over standvastig zomerweer opnieuw weg ...

 

       

ST MAURICE CATHEDRAL

TEMPLE van AUGUSTUS EN LIVIA

EGLISE ST ANDRE LE BAS

ROMEINS THEATER

JARDIN PUBLIC, ROMEINSE HEIRWEG

ZICHT over VIENNE vanop de BELVEDERE DU PIPET

 

17.08.07 Wij zijn vier dagen in Les Roches de Condrieu gebleven: daar hadden wij wel enige reden toe! Het plaatsje is erg mooi gelegen, Vienne is niet ver, een wandeling - langs de Rhône - vinden wij een noodzakelijk complement bij onze tocht door Frankrijk, en de rust en stilte bij het lezen vind je niet in elke haven, helaas! Er waren ook enkele meer technische redenen om te blijven: een recurrente onweersdreiging, en de aanhoudende sterke zuidenwind tegen de sterke stroming die de tocht toch heel wat vermoeiender maakt. Maar vandaag is de wind matig uit het noorden, de stroming is wat afgenomen en het peil van de Rhône is opnieuw wat dichter bij het normale zomerpeil.

 

Wij willen naar de nieuwe haven van Cruas, waarover wij veel positiefs hebben gehoord van onze vriendelijke buren uit Montélimar. Honderd en vier kilometer en vijf sluizen. Wij vertrekken om acht uur en leggen vast in de Port de Plaisance van Cruas om half zeven. Wij hebben een stroomvoordeel gehad van gemiddeld 2 knopen maar in de dérivation des Sablons liepen wij 8,6 knopen over de grond terwijl ons log 5,3 aangaf. Steeds twintig minuten voor het aanlopen van elke sluis roepen wij de sluis op wat ons toelaat de eventuele wachttijd in te schatten; alle sluiswachters geven ons hierover erg precieze informatie. Ook vandaag hebben wij weer geluk: het wachten beperkt zich tot één kwartier aan de écluse de Gervans, waar de wij de sluis delen met een bateau de passagers, een niet zo grote (38 m) tot "hotelboot" omgebouwde spits.

De goed aangelegde maar beperkte halte van La Roche-de-Glun laten wij aan SB net voor wij de dérivation de Bourg-les-Valence invaren.

Na Valence is er de wat ver van de stad verwijderde Port de Plaisance de L'Epervière aan BB: er liggen heel wat motorboten en enkele zeilboten met liggende mast. Dit wordt een vertrouwd beeld: heel wat terugkerende jachten hebben hun stroomopwaartse tocht door het slechte weer, het hoge waterpeil en de zeer sterke stroming moeten onderbreken; nu een iets zwakkere tegenstroomse vaart kans op enige vordering heeft, zien wij heel wat jachten hun lange, trage reis hervatten. Van verschillende zeiljachteigenaars horen wij dat zij urenlang geduld moesten oefenen aan 2 knopen over de grond - en soms nog minder.

De haven van Cruas is niet gemakkelijk aan te lopen. Naast het 25 m brede geultje liggen, onder water, rotsen en een oude dam. Het is ons eerst niet duidelijk hoe wij binnen moeten, maar er daagt hulp op. Een heftig "molenwiekende" man verschijnt op de kleine strekdam. Wij hebben intussen de boot kop in de stroming gebracht en met de volle (!) kracht van onze amper 10 pk volgen wij de aanwijzingen van onze loods op de wal: hoog stroomopwaarts om heel dicht - 2 m - onder de strekdam die dan aan SB ligt in te varen; de grote rode markering van de Rhône-vaargeul ligt - dan - ver achter aan BB, terwijl wij de kleine gele boeien op dat ogenblik dan midscheeps aan BB houden. Wij zijn binnen, nu nog aanleggen aan hogerwal langszij het eerste lange ponton waar de plaatsen voor de bezoekers zijn.

 

 

Een koppel Parijzenaars staat al klaar om onze landvasten aan te nemen. Kaat wil echter gebruik maken van onze schroefneiging en aan bakboord vastleggen, zodat wij ook al "goed" liggen om weg te varen. Nog even door de wind, die nu wel feller waait: twee minuten later liggen wij vast. Cruas. De havenmeester komt eraan, stelt zich voor, laat ons de boot nog ever verder op de steiger verplaatsen, verontschuldigt zich voor de nog ontbrekende beboeiing - le port n'est ouvert que depuis le 1er juillet -, verwelkomt ons nogmaals.

Wat later zal hij ons met zijn informatie overtuigen om één dag langer te blijven.

Op weg naar CRUAS; een hotel-boot gaat stroom opwaarts

PORT DE CRUAS

 

 

 

18.08.07 Wij zijn erg blij dat wij op de suggestie van de havenmeester, Monsieur Claude Labalette, zijn ingegaan. Cruas is een bijzondere plaats. Ook de haven is bijzonder. En de havenmeester is bijzonder. Bij het ontbijt brengt hij een hele bundel met informatie. We merken dat hij dezelfde inzet betoont ten aanzien van alle bezoekers: hij beschouwt deze promotionele taak als de zijne en wij varen er wel bij!

 

           

CRUAS ABDIJKERK

ABDIJKERK

KRYPTE

       

HISTORISCH DORP

ABDIJBURCHT

CRUAS ZICHT vanuit het HISTORISCH DORP

 

   

Cruas is erg netjes, ademt ordelijk en zorgvuldig bestuur uit ( daar is de kerncentrale niet vreemd aan! ). Er zijn heel wat sportvoorzieningen, een nieuw (gedeeltelijk administratief) complex - Mairie, postkantoor, Centre multimédia, Salle des fêtes en Cinéma -, alles lijkt goed onderhouden, geen zwerfvuil - : een rijke gemeente. Met een gids - via het Bureau de tourisme - bezoeken wij de prachtige abdijkerk uit de XIe eeuw, waarna wij naar de hogergelegen village médiéval en het slotklooster trekken.

Wij hebben er een prachtig uitzicht niet alleen op Cruas, de wijde omgeving, de Rhônevallei, maar ook op de herkomst van de gemeentelijke rijkdom: de kerncentrale met een prachtige maar niet onbesproken idyllische schildering op een van de koeltorens! Pech voor onze internetverbinding: de Centre multimédia is gesloten, weekend en vakantie! Een minpunt. Maar de haven is zeer goed gehouden, daar zorgt de efficiënte Claude voor. Gulden boek, ook voor klachten en suggesties, alles is voorzien in deze reeds volgeboekte haven; door de kerncentrale is Cruas ook in de winter erg veilig:het waterpeil wordt er nauwkeurig geregeld.

 

KERNCENTRALE van CRUAS

   

 

 

   

19.08.07 Cruas-Avignon: 100 km en vier sluizen. Twee zijn echt indrukwekkend: Chateauneuf (max. 18,50 m) en Bollène (max. 23m). Een weerkentering kondigt zich al aan: opnieuw onweersdreiging voor maandagavond. Maar dit werkt vandaag wat in ons voordeel: de N-wind is erg geluwd en wij krijgen perioden zonder en dan weer wat wisselvallige wind. Wij hoeven dus de sterke N-wind die het invaren van de niet zo rustige sluis van Bollène erg bemoeilijkt, niet te vrezen!

Opnieuw stellen wij vast dat het schutten bij "avalant" - stroomafwaarts - in de Rhône-sluizen eigenlijk zeer vlot en kalm verloopt: met steeds vóór- en achterlijn - maar eerst de achterlijn! - op één van de grote "meegaande" drijvende bolders en de motor heel licht in "achteruit" houden wij de boot volledig stil.

   
 

DONZERE

     

ECLUSE DE BOLLENE

 

 

De Rhône is nu erg breed en - behalve in de dérivation de Bollène - stroomt het minder. De soms lange dérivations zijn nu erg eentonig maar als je terug op de

 

   

Rhône komt toont de stroom al haar pracht: Viviers, le Défilé de Donzère, le Chateau de Mornas, le Chateau de Gicon, St-Etienne-des-Sorts, Chateauneuf-du-Pape, de Mont-Ventoux, la Tour de l'Hers, Avignon.

Het is kwart voor zeven als wij vastleggen aan de kade van Avignon, net achter de Pont St-Bénézet. Van de steigers en de catways blijft niets meer over sinds de crue die in december 2003 heel wat verwoestingen aanbracht in het zuiden, alles meesleurde. Maar het is prettig vast te leggen op 500 m van le Palais de Papes ... het is eind augustus en er is plaats; met lange soepele lijnen tegen de oude kademuur, zicht op de Rhône, de stadsmuren, de Pont-Bénézet.

 

LA TOUR DE L HERS

AVIGNON LE PONT BENEZET

 

In de Capitainerie - een omgebouwde spits - douches en toiletten, alles wel een beetje verkommerd ... Op de wal, water en elektrische aansluiting. Nog 78 km naar Port-Saint-Louis-du-Rhône en de Middellandse zee. Les Roches de Condrieu was le Midi moins le quart, zoals ze daar graag zeggen, hier zijn wij in le Midi moins cinq ! Onweer, geen onweer? Avignon vaut bien deux jours, au moins! We blijven even!

 

22.08.07 Geen onweer, maar ons tweedaags verblijf in Avignon werd wel dagelijks afgekoeld door een flinke bui.

In 1978 hebben wij de Palais des Papes bezocht: wij hebben de indruk dat het toen toch wat minder druk was. De herinnering aan het bezoek is ons altijd erg levendig gebleven; het was tijdens het Festival en toevallig was er een repetitie aan de gang. Het samengaan van een indrukwekkend, majestueus verleden en een prestigieus hedendaags evenement maakte toen een onvergetelijke indruk. Wanneer wij gistermorgen de eindeloze rij bezoekers voor de ingang zagen, begrepen wij onmiddellijk dat wij het Palais des Papes nu onder geen beding opnieuw zouden bezoeken.

 

         
 

AVIGNON RELAIS NAUTIQUE

LE BRAS D AVIGNON

PALAIS DES PAPES

  LES HALLES  

 

Wij concentreerden ons verblijf dan ook op het hedendaagse en genoten van kris kras wandelingen door de oude straatjes en de grote winkelstraten. Wij verkozen de Quartier des Halles boven de Place de l'Horloge om van een petit noir te genieten op een terras. De site konden wij probleemloos bijwerken in een goed webcafé. Onze wandeling door de tuinen van le Rocher des Doms, met dat prachtige zicht op de Rhône-arm, de stad en de wijde omgeving, deden wij onder een zwangere hemel: echt niet het weer dat je met Avignon associeert!

Maar vandaag gaan wij door: naar Port-Saint-Louis-du-Rhône, onze poort naar de Middellandse zee.

 

De jachthaven in le Bras d'Avignonon de ochtend van ons vertre k- Thanks to our Danish friends for the picture we got later

De ons dan nog onbekende Concordia op weg naar Barcelona loopt ons op

Wij zijn op weg naar Port-Saint-Louis-du-Rhône en Menton

 

Het wordt een eentonige dag: de kleine haven van Vallabrègues, die wij gelukkig niet hadden weerhouden, lijkt ons niet erg gastvrij en vol, en na de laatste sluis, deze van Beaucaire (max. 15,50 m), als de Rhône erg smal wordt, wisselen eentonig groen en industrie elkaar af. Tarascon onthult zich: het kasteel uit de XVe eeuw doet wat komisch-imposant aan, misschien door de associatie met Tartarin de Tarascon, de held uit het gelijknamige boek van Alphonse Daudet?

 

   

Zelfs geen haventje hier. Verder. Arles - nochtans in onze verbeelding steeds geassocieerd met de Provençaalse kleuren die op Van Gogh zulke indruk maakten - lijkt ons nu zelfs niet in het grijs te willen aankijken: de stad keert de stroom de rug toe en hult zich in een afwijzende onverschilligheid. Is het omdat zij de Rhônereiziger niets anders als haven te bieden heeft dan deze kleine, wankele, door vele kleine sloepen ingenomen, beschamende steiger?

Maar wij zijn al weg. Vol hoop naar zonnige en kleurige landschappen. De hemel blijft echter onze verwachtingen ontgoochelen: alleen een zwakke omfloerste zon, door de vele wolken heen, houdt ons gezelschap op onze tocht door de Camargue ...

   
 

TARASCON

   

Door de CAMARGUE

 

 

Amper een mas te bespeuren door de groene haag, soms een irrigatiepunt, een gezonken bootje. De Rhône wordt weer breder, soms ondiep; de schaarse rood-witte en groen-witte palen, die de vaargeul markeren, en de kilometermarkeringen op de oevers, zijn onze enige oriënteringen ... Plots een grote duweenheid: de schipper wuift, maar ook hij is al weg, stroomopwaarts met alle kracht van de zware motoren.

 

   

Het was de Davernes uit St-Jean-de-Losne. Drie dagen geleden ging hij ons voor in de sluis van Villeneuve.6,3 knoop over de grond: een goeie knoop mee, wij vorderen trager. In de verte le Salin de Giraud, de verbinding Rhône-Fos - verboden voor de pleziervaart -, de veer van Barcarin - bruggen zijn er na Arles niet meer -, nog zoutbergen - le Mas du Village -, en dan ... daar op drie kilometer ... Port-Saint-Louis-du-Rhône! 212 sluizen of waren het er ..., 666 mijl, nog één, de zeesluis, van zoet naar zout, naar erg zout!

   
 

In de verte een tegenligger ... het is de Davernes uit Saint-Jean-de- Losne

     

LES SALINS

 

 

Maar we zijn er! Eindelijk? Toch even een heimwee-moment: Watten, Pargny, het magische Orconte, Bayard, de kleine sluizen, het Canal de la Marne à la Saône, les Roches de Condrieu, Cruas, onze eerste zo gevreesde sluis in Duinkerke, Nieuwpoort, het afscheid ...

 

Langszij boot Dedju (de naam was anders, maar de andere letters zijn eraf gevallen...) : Belgische vlag, Gentenaar, naar hier gevaren vorige winter. Opletten voor de sluis, wind, nee, die is er niet, stroming, ja, zoet en zout, eerst achteraan vastmaken, rotsluis, slechts 30 cm verval, maar de muur is hoog, weinig bolders, op één vastmaken, vaste uren: om 16.05, dan doet hij open, het komt allemaal op ons af, wij nemen deze eerste raadgevingen op zoals een vloei dit doet ... Telefoneren, naar de Capitainerie. Een plaats, ja, 8,50 m, enkele dagen, de mast recht zetten, difficile? , beaucoup de monde, je vais voir avec mon collègue..., non, pas de souci, oui, on va voir, ponton E ... venez...

 

   

16H05. De sluis gaat open. Valt best mee. Op de kade. Vóór en achterlijn op één bolder. Het duurt. Gezelschap van een "identificatrice": naam van de boot, nationaliteit, aantal opvarenden, vorige haven, volgende haven ... Het studentinnetje doet haar (vakantie)job aan de sluis, een losse babbel. Het blijft maar duren.

16H30. Sluisdeuren dicht. Wij zakken 20 cm. Andere sluisdeuren open. Gelukkig hebben wij de "leuke babbel" ... Traag. De brug gaat open.

Vaarwel. Achter ons: de kanalen, de Saône, de Rhône, vele mijlen - kilometers, dagen ... 47, en sluizen ... 200! Voor ons: de Middellandse Zee, Mare Nostrum.

   
 

PORT SAINT LOUIS DU RHONE, ECLUSE MARITIME

     

PASSAGE CONTROLE

 

 

 

 

PLUS
- de volledige, goede bescherming van onze boot (sluizen)
-  de lengte van onze mast (+- Loa boot)
-  het laag verbruik van onze 10pk motor (ruim voldoende voor  
deze stroomafwaartse  tocht langs Saône en Rhône,eig. onvoldoende 
om de Saône en  vooral de Rhône    stroomopwaarts op te varen
-  onze diesel reserve, 35 l, verdeeld over vier handige jerrycans
-  de zeer mooie, gevarieerde tocht door Frankrijk
-  het relatief beperkte "beroepsverkeer"
-  de heel aangename rustige aanlegplaatsen: Pargny**, Orconte**
-  de goede havens: Cambrai, Sillery**, Relancourt-Chaumont,
 Chalon-s-Saône,    Mâcon*, les Roches de Condrieu***, Cruas*** 

      
 
MIN
- het weer, vooral de zware regenval op de Saône waar
door een zeer sterke stroming
  ontstond eerst op Saône, wat later op de Rhône
- de plaats die soms - grote - woonboten innemen aan
 sommige aanlegplaatsen 
- de huurboten op de Saône, gebrek aan kunde of 
onberekenbaar gedrag
- de beperkte internetpunten 
  
    
 

 

Fotoalbum? Klik hier!

Klik hier voor de kaart van deze tocht.

Klik hier voor het overzicht van deze tocht.

Terug naar hoofdpagina LOGBOEK? Klik hier!

U kunt ons verder volgen in Logboek Frankrijk 2.1. Langs de kust.

Top
Updated 9-feb-14
   
webmaster Q-Webbels